OMG inspiratoe - Een Santiagomoment in Zutphen

Een Santiagomoment in Zutphen

Mijn bijna negentigjarige vader overleed eind mei. Dankzij de coronatijd waren de dienst en begrafenis in ieder geval niet traditioneel en daardoor juist heel bijzonder. Zo vonden we dat we niet zelf konden zingen in de kerk, dus huurden we een zangeres in die onder andere We’ll meet again zong. Veel mooier dan wij dat hadden kunnen doen. En we konden niet in kerkbanken naast elkaar zitten, daarom zaten we in een kring om de kist van mijn vader, veel beter dan zo’n strakke kerkbankopstelling. Omdat ik nog meer stil wilde staan bij het overlijden van mijn vader, zette ik vrij snel bij de eerste week van juli een ferme streep in mijn agenda. Ik zou gaan wandelen. In een geheel agendaloze week zou ik gewoon de deur uit wandelen. Conditie had ik ruimschoots opgedaan in de eerste coronatijd.

Maar naarmate de zaterdag waarop ik zou vertrekken dichterbij kwam, zakte de moed mij steeds meer in de schoenen. Het weer was matig tot slecht, ik had geen helder plan en ik kwam de deur maar niet uit. Zaterdag niet, zondag ook niet, maar de maandag moest het gaan gebeuren. Maar wat? Ik zag in mijn boekenkast een mosterdpotje staan dat ik uit het huis van mijn vader had meegenomen. Het was gemaakt ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de familiezaak in 1955. Dat bedrijf was destijds een ‘imperiumpje’ – een soort voorloper van Blokker – geweest dat geprofiteerd had van de naoorlogse wederopbouw. In de zestiger jaren was het langzaam afgebrokkeld door onderlinge ruzies en de opkomst van warenhuizen. Voor dit moment zag ik het als leuke aanwijzing: daar zou ik gaan wandelen, in mijn vaders voetsporen van Zutphen naar Deventer en Lochem.

Op maandagmiddag stapte ik uit bij station Voorst. Ik raasde altijd met de auto naar mijn ouders’ huis, dus dit kende ik helemaal niet. De korte wandeling naar Zutphen was – na een regenbui – prachtig. Waarom had ik hier nooit eerder de tijd voor genomen? Vlak voor Zutphen zag ik een  mooi voetpad en een voorbijganger verzekerde mij dat ik aan het eind met een trap de IJsselbrug op kon komen en zo Zutphen in kon lopen. Ik genoot van de vogels en de planten totdat er opeens een wolkbreuk was. Ik aarzelde tussen heel hard naar de brug lopen en een poncho pakken. Het maakte niet uit, een minuut later was ik tot op het bot doorweekt.

De volgende dag liep ik langs de IJsselkant op weg naar Deventer, deel twee van mijn plan. Halverwege kwam ik echter muurvast te zitten tussen de IJssel, een uitgestrekt weiland zonder zicht op een voetpad en een stenen kribbe. Omkeren dus. Moedeloos liep ik Zutphen in vanaf de plek waar ik de vorige dag was weggeregend. Was deze trip wel een goed plan? Had ik het niet beter moeten voorbereiden? Ik sjokte door een hobbelige straat op weg naar de bibliotheek van Zutphen en hoorde een stem: ‘Hé Christ’l’. Het was Geesje, een vriendin van de lagere school die ik jarenlang niet had gezien. ‘Leuk je te zien, ik lees altijd je columns in de Jacobsstaf,’ riep ze naar mij toelopend.

Je weet eigenlijk nooit wie je stukken leest en als het dan opeens een oude klasgenoot is… En wat bleek? Geesje en haar man Jan hadden ongeveer alle Santiagoroutes gelopen. Geesje had Compostella-oorbellen in en een kleine Jacobsschelp aan haar halsketting hangen. Zij was die dag in Zutphen om samen met haar man zijn verjaardag te vieren. Ik nodigde hen uit voor koffie en kwartier later waren wij Santiagoverhalen aan het uitwisselen alsof we net samen veertien dagen samen hadden opgetrokken en er geen jaren of afstanden tussen ons in waren geweest.

We wisselden onze levens uit, ik kon vertellen over mijn vader, die Geesje natuurlijk had gekend en een uur later liep ik als een volslagen gelukkige wandelaar naar buiten. Hoezo mislukte route? Hoezo niet goed uitgewerkt plan of slecht weer? Dit is waar het om gaat. Het loopt altijd anders en vaak gaat het dan uiteindelijk precies goed. De volgende dag maakte ik een prachtige wandeling bij Lochem en mijn korte pelgrimage zat er op. Misschien niet zo spectaculair, niet heel erg lang maar wel zoals een pelgrimage wat mij betreft bedoeld is. Met voor en tegenslag, met goed en slecht weer en met een medemens in gesprek over de zaken waar het echt om gaat. Dank Geesje en Jan. Alleen jammer dat ik het mijn vader niet kon vertellen. Hij zou het prachtig gevonden hebben.

Door Christ’l Dullaert

Foto: Koichiro Kameyama. Dit artikel werd eerder geplaatst in Jacobsstaf

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email